Ontstaan Parochie

Bij de tiende verjaardag van de stichting van de orthodoxe parochie Heilige Apostel Andreas Gent zei Antoine Van Bruaene, ter zaliger gedachtenis, die ons te vroeg ontvallen is, in een breedvoerig relaas over het ontstaan ervan: “De geschiedenis van de orthodoxe communauteit van Gent is die van een wonderbaar gebeuren. Had iemand mij voorspeld dat in 1972 te Gent een orthodoxe communauteit zou ontstaan en tot bloei zou gebracht worden, dan zou ik hem zeker niet geloofd hebben”. Drie weken na het eerste Congres van de Orthodoxe Kerk in België, te Maele (Brugge), vierde Aartspriester Marc Nicaise (rector van de orthodoxe parochie van de H. Drieëenheid en van de HH. Kosmas en Damianos te Brussel) op zondag 26 november 1972 de eerste Goddelijke Liturgie in de kleine kapel in Gent. Op 26 maart 1973 heeft de betreurde Mgr Georges Tarassoff (Aartsbisschop van Syracuse, aan het hoofd van het Aartsbisdom van Russische parochies in West-Europa onder het Oecumenisch Patriarchaat) aan de jonge communauteit reeds het statuut van “parochie” verleend en op 31 mei 1973 kwam hij de kleine kapel inwijden. Op zijn verzoek had op zondag 2 december 1979 de dedicacering plaats van de vernieuwde kapel, door zijn hulpbisschop, Mgr Georges Wagner, Bisschop van Evdokia. Bij deze plechtige inzegening werden relikwieën van de Heilige Georgios de Grootmartelaar en de Heilige Serafim van Sarov in het altaar geplaatst en verzegeld.

Op de gedachtenis van de Heilige Apostel Andreas en tevens de 25ste verjaardag van de oprichting van de parochie heeft Mgr Panteleimon Kontogiannis, Metropoliet van België, de nieuwe kerk gebouwd aan de overzijde van de straat plechtig ingezegeng.

Eerste bezoek van Mgr Georges Tarassoff (1973)


Zie fotoalbum.

+     +     +    +     +

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN DE ORTHODOXE PAROCHIE
VAN DE
HEILIGE APOSTEL ANDREAS IN GENT 1

Dr. jur. Antoine Van Bruaene

V. Marc Nicaise na 1e Liturgie (1972)

Op zondag 26 november 1972 werd de eerste Goddelijke Liturgie op de plaats waar thans de parochie gevestigd is gecelebreerd door Aartspriester Marc Nicaise, Rector van de Parochie van de H. Drieëenheid en de HH. Kosmas en Damianos te Brussel: 26  november 1972 is de “dies natalis” van onze communauteit, de canonieke oprichting tot parochie gebeurde enkele maanden later, door decreet van 26 maart 1973 van Aartsbisschop Georges Tarassoff.

Daaraan ging echter een hele geschiedenis vooraf, die ik in een artikel geschreven naar aanleiding van de eerste lustrumviering een “wonderbaar gebeuren” genoemd heb. En nu dertien jaar later blijf ik erbij dat het inderdaad “een wonderbaar gebeuren” was.  Had iemand mij ooit voorspeld dat in 1972 te Gent een orthodoxe communauteit zou ontstaan en tot bloei komen, dan zou ik hem zeker niet geloofd hebben. Niettemin deelde mijn vriend Ignace Peckstadt mij einde oktober 1972 mee, dat hij een gebouw gehuurd had om een kerkje in te richten, waar de Orthodoxe Liturgie regelmatig zou gecelebreerd worden. Ik bekeek hem toen met verbazing en scepticisme. Wie zou daar naartoe komen? Hoe een koor samenstellen, onontbeerlijk voor een celebratie? Zou er voldoende belangstelling zijn? Hoe zouden de financiële problemen opgelost worden of anders gezegd: wie zou dat betalen?

Al die vragen en nog veel andere rezen spontaan bij mij op. Spijts al mijn interesse en sympathie voor de Orthodoxie, zou ik persoonlijk negatief op die vragen geantwoord hebben.

En toch heeft het geloof van Ignace Peckstadt toen bergen verzet…

Die “berg” bestond concreet in de eerste plaats in het bureaucratisch apparaat van de toenmalige Gentse Commissie van Openbare Onderstand, die er moest toe bewogen worden één van de vele leegstaande huizen van het Oud St-Elisabethbegijnhof te verhuren.

Maar voor het zover kwam had zich een hele voorgeschiedenis afgespeeld. De orthodoxe communauteit van Gent heeft uiteraard een geschiedenis, ze heeft ook een “voorgeschiedenis” of “prehistorie”.

De voorgeschiedenis is die van het genootschap Apostolos Andreas. Het genootschap werd in 1968 opgericht door Ignace Peckstadt en telde eigenlijk maar drie leden nl. wijlen, de diepbetreurde Ir. André Knapen, Dr. Jur. Ignace Peckstadt en de schrijver van dit artikel. Het genootschap kreeg de naam van “Apostolos Andreas – Contacten met de Orthodoxie” en stond onder de bescherming van de patroonheilige, waaraan later de kerk en de parochie zou gewijd worden, de Heilige Apostel Andreas, tevens patroonheilige van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel.

Mgr Anthony Bloom en Ignace Peckstadt in Eeklo

De spil en de animator van het genootschap was vanzelf-sprekend Ignace Peckstadt. De voordrachten door het genoot-schap ingericht vingen aan in 1968 in een eerder gunstige conjunctuur: het IIde Vaticaans Concilie had de Orthodoxie voor velen in de kijker gebracht, vnl. door de tussenkomsten van haar observatoren bij de bespre-kingen in de commissie waar de ecclesiologische definities voorbereid werden. Ik denk hier in de eerste plaats aan de rol die Paul Evdokimov en Vader Nikolas Afanassiev gespeeld hebben. De dogmatische definitie “Lumen gentium” was beïnvloed door de eucharistische ecclesiologie van laatstgenoemde.

De vastheid in het geloof van de vertegenwoordigers van de Orthodoxie, hun patristieke traditie, hun zeer sterke accentuering van de spirituele inhoud van het christendom, die culmineerde in de sterke beleving van het Paasmysterie, de affirmatie van het Mysterie van de Heilige Drieëenheid, dat alles maakte op velen indruk.

Daarbij kwam dat de wind ook uit oecumenische hoek blies, wat meebracht dat de geestelijke waarden van een authentiek Apostolische Kerk, die al was zij niet in communio met Rome erkend werden. Men werd er vooral bewust van dat zij een boodschap aan het Westen te brengen had.

Vader Pierre Struve (†), eerste voordrachtgever (1968)

De eerste voordracht ingericht door Apostolos Andreas greep plaats op zondag 14 januari 1968 om 17 uur in de conferentiezaal van de Kredietbank, Kouter te Gent. De spreker was Aartspriester Pierre Struve, die handelde over “La spiritualité orthodoxe”. Wij waren zeer benieuwd wat dat zou geven, om niet te zeggen dat wij enigszins bevreesd waren. Zou men op een zondagnamiddag een publiek bijeen krijgen?

Alles viel boven de verwachting uit. De bijeenkomst was zowel kwalitatief als kwantitatief een onbetwistbaar succes. De zaal zat vol, onder de aanwezigen bevond zich een Rooms Katholieke Aartsbisschop Monseigneur J. Cornelis en vooral de spreker gaf een schitterende voordracht.

De voordracht was geplaatst in het vooruitzicht van de “oecumenische week” zoals op de uitnodiging te lezen stond. Wij bevonden ons toen in de bloeiperiode van de oecumenische beweging, de eenheid van de christenen scheen voor velen een realiteit te zijn die in het verschiet lag; daarbij kwam echter dat in het jaar 1968 in West-Europa de “golden sixties” naar hun einde liepen. Een zekere ongerustheid was reeds latent aanwezig, de secularisatietrend binnen de Westerse christenheid zette zich reeds door en anderzijds was de uitbarsting van mei 1968 niet meer zover verwijderd en allerlei voortekenen kondigden die aan.

De organisatoren, waarvan geen enkele op dat ogenblik tot de Orthodoxe Kerk behoorde, – dit weze hier ook onderlijnd -, meenden toch dat zij moesten voortdoen. Dat jaar werden nog twee voordrachten ingericht nl. op 19 februari sprak Bisschop Mgr Pierre L’Huillier over de “Orthodoxe ecclesiologie” en 12 maart was het de beurt aan Olivier Clément die sprak over “La connaissance de Dieu dans la tradition orthodoxe”.

Vader Ignace met Olivier Clément (Gent)

De volgende jaren 1969, 1970, 1971 en 1972 werden voordrachten gehouden. Ik kan hier niet in details treden en alle sprekers en voordrachten opsommen. Ik vernoem hier alleen Hiëromonnik Symeon, Aartsbisschop Basile Krivocheïne en Michel Evdokimov, die het over de geloofscrisis en een poging tot orthodox antwoord had. Enkele maanden voor de stichting van de communauteit, op 27 maart 1972, gaf Ignace Peckstadt, die toen tot de Orthodoxe Kerk was toegetreden, in de conferentiezaal van het Gemeentekrediet een voordracht over “de betekenis van het Paasmysterie in de orthodoxe spiritualiteit”.

De voorbereidende rol van het genootschap Apostolos Andreas voor de oprichting van de communauteit/parochie mag noch onderschat, noch overschat worden.

Haar bedoeling was niet van aan proselytisme te doen en van een soort recruteringscentrale voor de Orthodoxie te zijn. Trouwens toen de communauteit opgericht werd behoorde alleen Ignace Peckstadt en zijn gezin tot de Orthodoxe Kerk; verder zou het ook onjuist zijn van te denken dat de meerderheid van de leden van de communauteit vroegere toehoorders van Apostolos Andreas waren. Ik denk integendeel dat de meerderheid van de leden van de orthodoxe parochie Apostel Andreas voordien niet gekend had.

Waar alles begon... (1972)

Ik meen echter wel dat Apostolos Andreas er in geslaagd was een zeker klimaat van sympathie ten overstaan van de Orthodoxie te scheppen, haar spiritualiteit en liturgie te doen kennen, velen ervan bewust te maken dat zij aan het Westen iets waardevols te zeggen had : de verschillende sprekers onderstreepten inderdaad het apofatisch en mystiek karakter van de orthodoxe theologie, haar zin voor het Mysterie, haar vroomheid en spiritualiteit, waarvan de wortels in de ascetische traditie van de Filokalia (de liefde voor de schoonheid) te vinden waren, de eucharistische dimensie van haar ecclesiologie, waarvan het “mystieke” en eschatologische karakter fel boven het institutionele geaffirmeerd werd.

Dit alles bracht minstens met zich mee dat de oprichting van de communauteit door de Gentse christelijke gemeenschap globaal genomen niet alleen aanvaard werd maar zelfs bij de meesten gunstig onthaald werd.

Het rustig, bijna monachaal kader van het Oud-Begijnhof sprong in het oog en zo kwam het, dat Ignace Peckstadt op 21 december 1971 de voorzitter van de C.O.O. aanschreef met het verzoek “een huis ter beschikking te stellen van de orthodoxe eredienst”. Het antwoord was zoals te verwachten aanvankelijk negatief. Een tweede brief werd op 7 februari 1972 tot de Commissie gericht en op 2 mei 1972 kwam het officieel bericht dat de Commissie in haar zitting van 2 mei 1972 beslist had de vraag in te willigen : mits betaling van een bescheiden vergoeding en het aangaan van een brandverzekering werd een precair gebruik van het gebouw, een leegstaand huis in de Sophie Van Akenstraat toegestaan.

De vestiging van de Orthodoxe Kerk in het Sint Elisabethbegijnhof lijkt mij een merkwaardige gebeurtenis, ik zou zeggen een “niet toevallige toevalligheid” te zijn.

Inderdaad het Begijnhof werd vanaf zijn stichting in 1234 tot aan zijn opheffing in 1874 – gedurende 640 jaar ononderbroken gewijd aan de beoefening van het gebed en de christelijke spiritualiteit. Met de traditie van gebed en spiritualiteit werd opnieuw aangeknoopt, doordat de orthodoxe communauteit die er gevestigd werd de primair spirituele dimensie van het christendom bevestigde en poogde dit in alle nederigheid en discretie te beleven.

Vergeten wij niet dat de begijnenbeweging, die voornamelijk in de Nederlanden en in Rijnland ontstond, de mystieke beweging van de grote mystici van onze gewesten, zoals Hadewijch, Beatrijs van Nazareth, Lutgardis van Tongeren e.a. voortzette.

Bezoek van Vader Yves Dubois uit Bath (GB) - 1973

Op zondag 17 december 1972 volgde de tweede Goddelijke Liturgie, dit was tevens het eerste optreden van ons koor o.l.v. van koorleider Ignace Peckstadt. Dank zij zijn fijn muzikaal gehoor, zijn geduld en doorzettings­vermogen en het enthousiasme van de koorleden, slaagde dit opzet en konden de liturgische gezangen uitgevoerd worden op een manier, die zeker de perfectie nog niet benaderde, maar die toch minstens door haar religieuze authenticiteit overtuigde.

In 1973 werd de H. Liturgie maandelijks gecelebreerd en in januari van dat jaar verscheen het eerste nummer van ons contactblad “Apostel Andreas” waarvan de verantwoordelijke uitgever en toen ook de enige auteur Ignace Peckstadt was. Vanaf september 1973 werden twee liturgieën per maand gecelebreerd.

Op 2 juni 1974 zou de loopbaan van Ignace Peckstadt als koorleider een einde nemen, want op die dag werd hij in de crypte van de H. Alexander Nevsky-Kathedraal diaken gewijd!

Het diakonaat van Vader Ignace zou het mogelijk maken meer liturgische celebraties te houden. Thans konden benevens de twee maandelijkse Liturgieën, wekelijks de Vespers gecelebreerd worden door Diaken Ignace en dit met toestemming van de Aartsbisschop.

Daar bleef het echter niet bij!

Al was het ongetwijfeld de bedoeling van Vader Ignace het bij het diakonaat te houden, toch kregen de gebeurtenissen een andere wending. Het feit zelf van de uitoefening van de diakonale funktie: van hem wekelijks de Vespers te zien celebreren en tweemaal per maand de Goddelijke Liturgie te zien concelebreren, wekte bij velen onder ons de overtuiging dat een hogere opdracht voor hem weggelegd was. Iedereen in de Kerk wordt geroepen om volgens zijn charisma te handelen en velen dachten dat het charisma van Vader Ignace dat van het priesterschap was.

Priesterwijding van Vader Ignace (Parijs, 5.10.1975)

Na besprekingen in de schoot van de communauteit, kon bekomen worden dat Vader Ignace een priesterwijding principieel zou aanvaarden, moest de Aartsbisschop hem daartoe roepen. Toen zette hij de beslissende stap, wanneer hij aanvaardde wat hij aanvankelijk meende uitgesloten te zijn, nl. de priesterwijding. Die stap was beslissend zowel voor Vader Ignace als voor de communauteit. Hij zou zijn verder leven in grote mate bepalen, zowel zijn gezinsleven als zijn professioneel leven, door de totale inzet die hij van hem vergde en die hij zonder aarzelen zou geven.

Wanneer ik op al die jaren terugblik en poog het optreden van Vader Ignace als priester van deze gemeente te schetsen, dan lijkt het mij dat een aantal trekken onmiddellijk in het oog springen:

1. Vooreerst herken ik in hem een man van levendig geloof; ik herhaal het, zijn geloof heeft bergen verzet. Zonder dit geloof was deze communauteit er nooit gekomen. Dit geloof is zeer sterk ekklesiaal geïncarneerd. De plaats waar het zich manifesteert is de Kerk, die ook de plaats van zijn handelen is. Voor Vader Ignace zijn de mensen geen louter individuen, die afgescheiden naast elkaar leven, die elkaar ontmoeten zonder elkander te kennen. Slechts de mens in communio, is een volwaardig mens, is een persoon in de christelijke betekenis van het woord. Alleen in de Kerk komt die communio tot stand en wordt de mens tot waarachtige persoon herboren.

Aartspriester Ignace Peckstadt (1978)

Aartspriester Ignace Peckstadt (1978)

2. Zijn persoonlijke gaven van takt en convivialiteit, het aanvoelen van wat kan en mag opdat het samen leven leefbaar zou zijn, wijzen in dezelfde richting en voeden zijn ecclesiaal bewustzijn. Dit maakte het mogelijk dat deze communauteit zich tot een werkelijk mikrokosmos ontwikkelde : alle geledingen van de samenleving zijn er in vertegenwoordigd, jongeren en ouderen, alle standen en beroepen, maar eveneens vele naties van Oost- en West-Europa en zelfs van het Midden-Oosten.

3. Tevens verschijnt Vader Ignace voor ons als een charismatisch figuur. Charisma wordt hier gebruikt in de oorspronkelijke betekenis van het woord, als gave, genade en niet in een of andere illuministische betekenis. Hij bekleedt het priesterlijk ambt omdat hij daartoe het charisma ontvangen heeft. De bisschop heeft er hem toe geroepen en de communauteit gaf haar consensus en riep bij zijn wijding “axios”, juist omdat beiden in hem de drager van het charisma erkenden. Dit openbaart zich bijzonder in de celebraties waarin hij voorgaat. De Goddelijke Liturgie die hij celebreert is voor hem en voor ons de actualisatie van de Kerk, van de Ekklesia, dit betekent het steeds opnieuw concreet realiseren, in tijd en ruimte, van de communauteit van Christus en van de Heilige Geest.

4. Tevens is de Liturgie voor hem de bron van zijn spiritualiteit, volledig in de geest van wat Nicolaas Cabasilas schreef in zijn werk “Het leven in Christus”. De uitstraling van zijn beleving van de Liturgie, ervaren wij steeds als de mededeling door zijn mediatie van het Licht van Christus .

Bisschop Georges Wagner en Vader Marc (1979)

Toen Vader Sergej Boelgakov bij de vijftiende verjaardag van zijn priesterwijding gevierd werd, verklaarde hij: “Hoezeer ik mij ook moge vergist hebben in mijn filosofisch onderzoek, een zaak kan ik alleen zeggen: heel mijn inspiratie putte ik uit de eucharistische kelk in de celebratie van de allerheiligste mysteries.

Het laatste gedeelte van die uitspraak, daarom heb ik ze onderstreept, meen ik zonder aarzelen op Vader Ignace te mogen toepassen.

Het liturgisch, eucharistisch schrijn in de strikte zin van communie, helpt de mens om zich van zijn waardigheid bewust te worden. In de celebratie, vindt de mens zijn waardigheid van koning, priester en profeet terug. Zij plaatst hem terug in de eschatologische dimensie. “De essentiële betekenis van de eschatologie in de geschiedenis, bestaat hierin dat alle realiteit… een hoedanigheid verkrijgt die er iets anders van maakt : symbool en profetie. Indien de mystieke extase en enstase charismata zijn die zeldzaam voorkomen, geeft de Liturgie integendeel de eschatologische ervaring van de aanbidding aan allen” (Paul Evdokimov : L’adoration liturgique dans l’Eglise d’Orient, in Verbum Caro 35-36 – 1955 – blz. 175).

Vader Ignace was van meet af aan de stichter en promotor van deze communauteit, dit betekent diegene zonder wie zij niet zou tot stand gekomen zijn, hij was er de motor van, door zijn priesterwijding werd hij er ook de geestelijke leider en de herder van. Daarom verheugen wij ons in dankbaarheid tot God, die dit alles mogelijk maakte, maar ook in dankbaarheid tot Vader Ignace, die in de Geest van God, in de “synergie” met Hem handelde.

Bezoek Mgr Georges Tarassoff (1977)

Dit alles zou echter niet geschied zijn, indien Mita haar toestemming niet gegeven had. Als echtgenote van de priester, participeert zij op spirituele wijze in zijn priesterschap, draagt zij er ook al het “wel en wee” van. De belangrijke rol die zij in de communauteit vervuld heeft en nog alle dagen vervult moet bij deze gelegenheid bijzonder in het licht gesteld worden. Haar onvermoeibare toewijding, waarmee zij voor “alles” zorgt en maakt dat niets vergeten wordt, wil ik naar aanleiding van deze viering zeer bijzonder onderlijnen. De rol van de echtgenote van de priester, de presbytera of, naar de slavische terminologie, de matouchka, is in de Orthodoxie zeer belangrijk. Met veel discretie maar ook met veel doeltreffendheid, heeft zij die rol op exemplarische wijze vervuld.

Voor de toestemming die zij tien jaar geleden heeft willen geven, voor alles wat zij als presbytera gedaan heeft en nog doet danken wij haar uit ganser hart.

*     *     *     *     *

Op 5 oktober 1975 werd echter nog en tweede wijding toegediend: Dominique werd lector gewijd. Ook dit was een belangrijke gebeurtenis. Iemand uit de groep jongeren van de parochie werd tot een liturgisch ambt gewijd. Het lectoraat was in de christelijke Oudheid een belangrijk ambt en er zijn namen van beroemde lectoren in de kerkgeschiedenis bekend. Sommigen zien in hen de opvolgers van de “didaskaloi”, de leraars, waarover Apostel Paulus het heeft.

Vader Dominique, toen lector (1980)

Hoe dan ook heeft Lector Dominique zijn lectoraat weten te valoriseren, vooreerst door de manier waarop hij zijn liturgische funktie waarneemt, maar ook door in het verlengde daarvan deel te nemen aan de catechese, het geven van catechetische uiteenzettingen, het publiceren van artikelen in ons contactblad Apostel Andreas eveneens meestal met catechetische inhoud. Daarbij komt nog dat hij thans ook het redaktiesecretariaat van Apostel Andreas waarneemt, wat een niet te onderschatten maandelijkse prestatie betekent.

Ik moet hier in het bijzonder het initiatief vermelden dat hij voor de jongeren genomen heeft. Ik bedoel het organiseren sinds 1979 van jongerenretraites. De eerste greep plaats op 24 en 25 februari 1979 en daarna werden zij jaarlijks gehouden en vanaf 1982 tweemaal per jaar. Dit initiatief, dat de grenzen van onze communauteit overschrijdt, wordt door de jongeren van ons land en zelfs van daarbuiten ten zeerste gewaardeerd en niet alleen door hen, heel wat volwassenen vragen zich af of zij dit voorbeeld niet zouden moeten volgen.

Tot slot zou ik willen zeggen dat heel zijn activiteit volledig aansluit bij de dynamiek die Vader Ignace aan de communauteit heeft weten te geven. Dagelijks brengt Lector Dominique zijn steentje bij tot de integratie van allen, speciaal van de jongeren, in de mikrokosmos waarover ik het zoëven had.

Ook daarom zijn wij verheugd en danken wij Lector Dominique!

Daarbij wil ik gaarne Martine betrekken, die hem bij zijn inzet bijstaat en onvermoeibaar steunt in alles wat hij onderneemt, daarbij spiritueel deelnemend aan zijn vruchtbaar lectoraat.

____________________________


[1] Dit is de tekst van de toespraak van Antoine Van Bruaene gehouden ter gelegenheid van de 10e verjaardag van de priesterwijding van Aartspriester Ignace Peckstadt, gevierd in oktober 1985.